
GEDRAGSCODE INTEGRITEIT BURGEMEESTER EN WETHOUDERS STADSKANAAL 2026
GEDRAGSCODE INTEGRITEIT BURGEMEESTER EN WETHOUDERS STADSKANAAL 2026
De gemeenteraad van Stadskanaal;
Gelet op de artikelen 41c, tweede lid, en 69, tweede lid, van de Gemeentewet
Gelezen de voordracht van het fractievoorzittersoverleg van 16 december 2025
voor de burgemeester en voor de wethouders de navolgende gedragscode integriteit vast te
Goed bestuur is integer bestuur. Daarmee is integriteit niet alleen een verantwoordelijkheid van de individuele politieke ambtsdragers, maar een gezamenlijk belang dat de hele organisatie en het hele bestuur in al zijn geledingen aangaat. De gedragscode richt zich daarom zowel tot de individuele politieke ambtsdragers als tot de bestuursorganen. Ons democratische systeem en de democratische processen kunnen niet zonder integer functionerende organen en functionarissen. Integriteit van politieke ambtsdragers verwijst naar de zorgvuldigheid die politieke ambtsdragers moeten betrachten bij het invullen van hun rol in de democratische rechtsstaat. Dat betekent de verantwoordelijkheid nemen die met de functie samenhangt en bereid zijn verantwoording af te leggen, aan collega-bestuurders en/of (leden van) de volksvertegenwoordiging en bovenal aan de burger. In de democratische rechtsstaat dient een ieder zich te houden aan de wetten en regels die op democratische wijze zijn vastgesteld. Dat geldt zeker voor de politieke ambtsdragers die (mede) verantwoordelijk zijn voor de totstandkoming van die wetten en regels. Deze plicht is voor de politieke ambtsdrager neergelegd in de eed of gelofte die de politieke ambtsdrager bij de ambtsaanvaarding aflegt: hij/zij zweert/belooft getrouw te zullen zijn aan de Grondwet, de wetten te zullen nakomen en zijn/haar plichten die uit het politieke ambt voortvloeien naar eer en geweten te zullen vervullen.
De volksvertegenwoordiging stelt zowel voor de eigen leden als voor de dagelijkse bestuurders (voorzitter en overige leden van het dagelijks bestuur) een gedragscode vast. Dat is zo vastgelegd in de Gemeentewet. De gedragscode is een richtsnoer voor het handelen van individuele politieke ambtsdragers en heeft tot doel hen te ondersteunen bij de invulling van hun verantwoordelijkheid voor de integriteit van het openbaar bestuur. Voor de volksvertegenwoordigers is er naast die voor de voorzitter/dagelijkse bestuurders een eigen afzonderlijke gedragscode. Onderhavige gedragscode heeft betrekking op de dagelijkse bestuurders: burgemeester en wethouders. Veel bepalingen zijn voor dagelijkse bestuurders en volksvertegenwoordigers gelijk. Er zijn ook verschillen. Die hebben te maken met de staatsrechtelijke posities en met de voor hen geldende wettelijke (integriteits)regels.
Het rechtskarakter van de gedragscode is dat van een interne regeling, als nadere invulling en concretisering van de wettelijke regels. De gedragscode bevat in aanvulling op wettelijke regels gedragsnormen en regels over procedures die de transparantie van het handelen van politieke ambtsdragers evenals van de besluitvorming over en de naleving van de normen vergroten. Zij vormt een beoordelingskader en leidraad bij twijfel, vragen en discussies. Het voorschrijven van een gedragsregel die afwijkt of verder gaat dan een dwingendrechtelijke wettelijke regeling is niet mogelijk. Nemen provincies, gemeenten of waterschappen contra-legem constructies op in de gedragscode dan kunnen die gemakkelijk weer zelf aanleiding zijn voor integriteitsproblemen. Een gedragscode heeft dus niet de juridische status van een algemeen verbindend voorschrift zoals een provinciale, gemeentelijke of waterschapsverordening waaruit rechten en verplichtingen voortvloeien. Er is sprake van zelfbinding. De regels worden in gezamenlijk debat vastgesteld door de politieke ambtsdragers zelf. In dit licht moeten de regels in de code worden gezien. Dat maakt de gedragscode evenwel niet vrijblijvend. De bestuurders en volksvertegenwoordigers kunnen daarop worden aangesproken en zij dienen zich over de naleving ervan te verantwoorden. Het niet naleven van de gedragscode kan dus wel onderdeel worden van politiek debat en kan ook politieke gevolgen hebben. De gedragscodes bieden politieke ambtsdragers een handvat om andere politieke ambtsdragers aan te spreken op hun gedrag en hieruit wellicht (politieke) consequenties te trekken.
Integriteit is een thema dat betekenis krijgt in het handelen. Een integriteitsbeleid dat alleen op papier bestaat is slechts een dode letter. Daarom moet het handelen van politieke ambtsdragers regelmatig onderwerp van gesprek zijn, juist ook onderling, en ook daarbij geeft de gedragscode ondersteuning. De code en de voorgestelde registraties zijn instrumenten. Integriteit is uiteindelijk niet in regels te vangen. In de woorden van de schrijver C.S. Lewis gaat het om ‘doing the right thing, even when no one is watching’.
Politieke ambtsdragers hebben een voorbeeldfunctie. Een politiek ambt wordt verricht in een glazen huis. Een bestuurder gedraagt zich zoals een goed ambtsdrager betaamt. Een politieke ambtsdrager onthoudt zich van gedragingen die de goede uitoefening of het aanzien van het ambt of het openbaar bestuur schaden. Een politiek ambt gewetensvol vervullen gebeurt in de dagelijkse praktijk en strekt zich ook uit tot de privésfeer. In de huidige digitale wereld is zeker sprake van een dunne scheidslijn tussen werk en privé. Daarom is het in ieder geval het downloaden van illegale software, downloaden of verspreiden van pornografische, racistische, discriminerende, beledigende, aanstootgevende of (seksueel) intimiderende teksten en afbeeldingen, of het versturen van berichten die (kunnen) aanzetten tot haat en/of geweld uit den boze.
Integriteit is niet alleen een kwestie van regels, maar ziet ook op de onderlinge omgangsvormen. Een respectvolle omgang, met burgers en organisaties, tussen politieke ambtsdragers onderling en tussen politieke ambtsdragers en medewerkers, met behoud van eigen politieke inhoud en stijl, is van belang. In de omgang met burgers, ambtenaren, externe partijen en andere politieke ambtsdragers wordt van een politieke ambtsdrager correct, fatsoenlijk, en respectvol gedrag verwacht dat vrij is van ongewenste omgangsvormen en grensoverschrijdend en (seksueel) intimiderend gedrag zoals hinderlijk gedrag, intimidatie, dubbelzinnige opmerkingen, handtastelijkheden, agressie, pesten en discriminatie.
Politieke ambtsdragers opereren vaak in diverse (boven)lokale netwerken. Deze netwerken dragen bij aan het geworteld zijn van de politieke ambtsdrager. Tegelijkertijd ontstaat hierdoor het risico dat politieke ambtsdragers vanuit het gevoel van sympathie en loyaliteit, de belangen van de eigen netwerken vooropstellen ten koste van het algemeen belang. De schijn van oneigenlijke beïnvloeding kan snel gewekt zijn. Dit maakt duidelijk dat het nadenken over de eigen integriteit verder gaat dan het beoordelen van individuele handelingen. Het vraagt ook dat politieke ambtsdragers zich bewust zijn dat zij altijd verbonden zijn met professionele en persoonlijke netwerken. En dat deze netwerken ‘onbewust’ een invloed kunnen hebben op de keuzes en acties van de politieke ambtsdrager, die mogelijk tot een schending leiden. Dit risico van ‘netwerkcorruptie’ kan de integriteit en de kwaliteit van het lokaal bestuur onder druk zetten1.
2 Voorkomen van belangenverstrengeling
- 2.1.1
- 1.
- 2.
- 3.
- 2.1.2
- 1.
- 2.
De informatie betreft in ieder geval de omschrijving van de nevenfunctie, de organisatie voor wie de nevenfunctie wordt verricht, of het al dan niet een nevenfunctie uit hoofde van het ambt betreft, wat het (verwachte) tijdsbeslag is, of de nevenfunctie bezoldigd of onbezoldigd is, dan wel – voor zover die openbaar gemaakt moeten worden – wat de inkomsten daaruit zijn.
- 3.
- 2.2
- 1.
- 2.
- 3.
- 2.3
- 1.
- 2.
- 3.
- 4.
- 2.4
- 1.
- 2.
4 Geschenken, faciliteiten, diensten, excursies, evenementen en andere uitnodigingen
- 4.1
- 1.
- 2.
- 3.
- 4.
- 5.
- 4.2
- 1.
- 2.
- 4.3
- 1.
- 2.
De burgemeester, dan wel de wethouder maakt de excursies en evenementen die hij heeft aanvaard openbaar binnen één week nadat de excursie, dan wel het evenement heeft plaatsgevonden, onder vermelding van wie deze kosten voor zijn/hun rekening heeft/hebben genomen. De informatie is via internet beschikbaar.
- 3.
5 Gebruik van voorzieningen van de gemeente
- 5.1
- 1.
Het college van burgemeester en wethouders richt de financiële en administratieve organisatie zodanig in dat er een getrouw beeld mogelijk is van de juistheid en rechtmatigheid van de uitgaven, met heldere procedures over de wijze waarop functionele uitgaven rechtstreeks in rekening worden gebracht of kunnen worden gedeclareerd bij de gemeente.
- 2.
- 5.2
- 1.
Een burgemeester respectievelijk een wethouder meldt het voornemen tot een buitenlandse dienstreis of een uitnodiging daartoe aan het college van burgemeester en wethouders. Hij geeft daarbij informatie over het doel en de duur van de reis, de bijbehorende beleidsoverwegingen, de samenstelling van het gezelschap dat meereist, de geraamde kosten en de wijze waarop van de reis verslag wordt gedaan.
- 2.
- 3.
- 5.3
- 1.
- 2.
- 5.4
- 5.5
- 5.6
In deze toelichting vindt u de wetsartikelen waaraan deze gedragscode zijn grondslag vindt. Ook vindt u daar waar nodig de toelichting op de artikelen uit de gedragscode.
Wettelijke grondslag hoofdstuk 1
De Gemeenteraad stelt een gedragscode vast voor de voorzitter en overige leden van het
dagelijks bestuur (artikelen 41c, tweede lid, en 69, tweede lid, Gemeentewet)
• Afleggen eed of belofte (artikelen 41a en 65 Gemeentewet)
Alvorens zijn functie te kunnen uitoefenen legt de burgemeester of de wethouder de volgende eed
(verklaring en belofte) af: Ik zweer (verklaar) dat ik om tot het ambt benoemd te worden,
rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb
gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten,
rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik
zweer(beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik
mijn plichten uit het ambt naar eer en geweten zal vervullen.
• Een bestuurder neemt niet deel aan de beraadslaging en stemming over
- een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij
als vertegenwoordiger is betrokken;
- de vaststelling of goedkeuring der rekening van een lichaam waaraan hij rekenplichtig is
of tot welks bestuur hij hoort
(artikel 58 jo artikel 28 Gemeentewet)
• Het bestuursorgaan waakt ertegen dat tot het bestuursorgaan behorende of daarvoor
werkzame personen die een persoonlijk belang bij een besluit hebben, de besluitvorming
beïnvloeden (artikel 2:4, tweede lid, Algemene wet bestuursrecht).
Incompatibiliteiten en nevenfuncties:
• Verboden overeenkomsten/handelingen: bestuurders mogen in geschillen, waar de
gemeente(bestuur) partij is, niet als advocaat, adviseur of gemachtigde werkzaam zijn. Zij
mogen bepaalde overeenkomsten, waar de gemeente bij betrokken is, niet rechtstreeks of
middellijk aangaan. Van verboden overeenkomsten kan ontheffing worden verleend.
(artikelen 41c, eerste lid, en 69, eerste lid, jo artikel 15, eerste en tweede lid, Gemeentewet).
• Onverenigbaarheid van functies: het zijn van een bestuurder sluit het hebben van een aantal
andere functies uit (artikelen 36b en 68 Gemeentewet).
• Op overtreding van de incompatibiliteitenregeling staat uiteindelijk de sanctie van ontslag
(artikelen 46, tweede lid, en 47 Gemeentewet)
• Vervulling nevenfuncties: voor bestuurders is bepaald dat zij geen nevenfuncties hebben die
ongewenst zijn met het oog op een goede vervulling van hun ambt. Voor burgemeesters is
daaraan toegevoegd dat zij evenmin nevenfuncties hebben die ongewenst zijn met het oog op
de handhaving van hun onpartijdigheid en onafhankelijkheid of van het vertrouwen daarin.
Bestuurders melden het voornemen tot aanvaarding van de nevenfunctie aan de
Voor de burgemeester geldt deze meldverplichting niet voor ambtshalve nevenfuncties
(artikelen 41b en 67 Gemeentewet)
• Openbaarmaking nevenfuncties: bestuurders maken openbaar welke nevenfuncties zij
vervullen. Voor burgemeesters zijn ambtshalve nevenfuncties daarvan uitgezonderd. De lijst
met nevenfuncties ligt ter inzage op gemeentehuis (artikelen 41b en 67 Gemeentewet).
• Openbaarmaking inkomsten nevenfuncties: fulltime bestuurders maken hun inkomsten uit
nevenfuncties openbaar; de opgave van neveninkomsten wordt ter inzage gelegd op het
gemeentehuis. uiterlijk 1 april na het jaar waarin de inkomsten zijn genoten (artikelen 41b en
• Verrekening inkomsten nevenfuncties: bestuurders mogen geen vergoedingen ontvangen voor
ambtshalve nevenfuncties; die worden in de gemeentekas gestort. Voor fulltime bestuurders is
geregeld dat de inkomsten uit andere nevenfuncties voor een deel worden verrekend, volgens
dezelfde verrekenings-systematiek als voor leden van de Tweede Kamer (artikelen 44 en 66
Artikelsgewijze toelichting hoofdstuk 2
Zoals uit het opgenomen wettelijk kader blijkt zijn er enkele verschillen in de
wetgeving ten aanzien van de openbaarmaking van (inkomsten uit) nevenfuncties tussen
burgemeesters enerzijds en wethouders anderzijds. De nadere invulling daarvan in 2.1.1 en 2.1.2 is
in lijn hiermee dan ook niet exact gelijk.
De bepalingen betreffen een uitwerking van de wettelijke verplichting om nevenfuncties openbaar
te maken. De informatie wordt neergelegd in een openbaar register. De ambtsdrager is zelf
verantwoordelijk voor de tijdige aanlevering van de informatie en voor de actualiteit daarvan.
Hoewel aan het ambt gerelateerde nevenfuncties (q.q.-functies) wettelijk niet openbaar gemaakt
hoeven te worden, verdient het aanbeveling deze wel op te nemen in het overzicht van
In deze bepalingen is de zogenaamde draaideurconstructie geregeld. De draaideurconstructie geldt
niet bij aanvaarding van het raadslidmaatschap.
In 2.3 gedurende 1 jaar na aftreden is de uitsluiting geregeld van betaalde werkzaamheden ten behoeve van de gemeente en in 2.4 de uitsluiting van benoeming als commissaris of bestuurslid van een ‘verbonden partij’, ofwel, kort samengevat, van een organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk en financieel belang heeft.
Het begrip ‘verbonden partij’ is ontleend aan het Besluit begroting en verantwoording provincies
en gemeenten. Daarin staat dat een verbonden partij een privaatrechtelijk of publiekrechtelijke
organisatie is waarin de provincie of gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft. En
onder bestuurlijk belang wordt verstaan: zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in
het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht.
Een financieel belang wordt gedefinieerd als een aan de betrokken organisatie ter beschikking
gesteld bedrag dat niet die organisatie failliet gaat, dan wel het bedrag waarvoor
aansprakelijkheid bestaat, indien de organisatie haar verplichtingen niet nakomt. Hiermee wordt
mogelijke vriendjespolitiek voorkomen en het risico op verstrengeling van persoonlijke en
functionele belangen vermeden.
Wees extra voorzichtig als je oud-bestuurders/ bevriende relaties werft. Aanvaarding van een
dienstbetrekking bij de voormalige gemeente, is niet uitgesloten. Dat kan van belang zijn in het
kader van de re-integratie van de voormalige bestuurder en ter voorkoming van uitkeringslasten
voor de gemeente. Uiteraard dienen daarbij de regels van werving en selectie en aanstelling te
gelden die er voor iedereen zijn die bij de gemeente gaat solliciteren.
In het eerste jaar na aftreden kunnen in elk geval oud-bestuurders niet worden aangetrokken om
tegen beloning activiteiten voor de eigen gemeente te verrichten.
Na één jaar verdient het aanbeveling om bij opdrachtverlening de gebruikelijke
aanbestedingsvereisten met meerdere offertes te hanteren als een voormalige bestuurder of een
relatie van de huidige bestuurders meedingt naar een opdracht.
Een afwegingskader voor selectie en benoemingen van externen kan behulpzaam zijn.
Transparantie over de afwegingen die zijn gemaakt bij het aantrekken van externen is daarbij van
Het bepaalde in 2.2, eerste lid, (vooruitlopen op een nieuwe functie na aftreden) geldt uiteraard
evenzeer voor een functie bij de gemeente.
Burgemeester en wethouders en elk van zijn leden zijn verplicht alle inlichtingen te geven die de
volksvertegenwoordiging nodig heeft voor de uitoefening van zijn taak. Het betreft zowel een
actieve als een passieve informatieplicht. Ook als individuele volksvertegenwoordigers informatie
vragen zal die informatie aan de volksvertegenwoordiging moeten worden verstrekt. De informatie
kan alleen worden geweigerd als die in strijd is met het openbaar belang (artikelen 169 en 180
- Een ieder die is betrokken bij de uitvoering van de taak van een bestuursorgaan en daarbij de
beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs
moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter
zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding van die
gegevens, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit
zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit (artikel 2:5 Algemene wet bestuursrecht).
- Burgemeester en wethouders kunnen op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de
Wet openbaarheid van bestuur, geheimhouding opleggen. Ook de burgemeester heeft die
- De geheimhouding duurt voort totdat deze wordt opgeheven door het orgaan dat de
geheimhouding oplegde, of – indien het aan de volksvertegenwoordiging is overgelegd – de
volksvertegenwoordiging de geheimhouding opheft.
- Het schenden van de geheimhoudingsplicht is een misdrijf (artikel 272 Wetboek van Strafrecht).
Artikelsgewijze toelichting hoofdstuk 3
Het is belangrijk de juiste maatregelen te treffen om te voorkomen dat onbevoegden
vertrouwelijke en/of geheime gegevens kunnen bezitten, raadplegen of beschadigen. Daarbij moet
in de digitale setting worden gedacht aan de beveiliging van de computer, smartphones e.d. met
wachtwoorden en het niet onbeheerd achterlaten van USB-sticks met vertrouwelijke/geheime
De eed of belofte die op grond van de artikelen 41a en 65 van de Gemeentewet moet worden
afgelegd heeft onder meer betrekking op het geven, aannemen of beloven van giften, gunsten of
geschenken. Zie voor de wetstekst inzake de eed of belofte het wettelijk kader onder 2 voor de
bepalingen ter voorkoming van belangenverstrengeling.
Artikelsgewijze toelichting hoofdstuk 4
In de gedragscode is uitgangspunt dat geschenken, faciliteiten en diensten niet worden
geaccepteerd als hiermee de onafhankelijke positie van de bestuurder kan worden beïnvloed. Dat is
in ieder geval aan de orde in onderhandelingssituaties. Is daarvan geen sprake dan kunnen om
praktische redenen incidentele kleine geschenken (met een geschatte waarde van € 50 of minder)
door de bestuurder worden aanvaard, echter nooit op het huisadres. Dit is een in de praktijk
ontstaan gebruikelijk richtbedrag maar is geen scherpe grens. Er zijn omstandigheden denkbaar
waar elk geschenk, ongeacht de waarde, onacceptabel is. Duurdere geschenken worden in elk
geval niet aanvaard. Zij worden teruggestuurd of worden eigendom van de gemeente die zorgt
voor een goede bestemming van het geschenk. In een openbaar register wordt opgenomen welke
geschenken van meer dan € 50 de gemeente heeft aanvaard en welke bestemming daaraan is
Dit geldt ook voor werkbezoeken.
Het gaat hier om excursies en evenementen die betrokkene als burgemeester, dan wel als
wethouder aanvaardt. Excursies en evenementen in de hoedanigheid van lid van een politieke
partij vallen hier niet onder.
Dienen eveneens als afwegingskader voor de motieven van de uitnodigende partij
beoordeeld te worden. Het mag er niet om gaan de onafhankelijke positie van de bestuurders te
Een bestuurder geniet geen andere vergoedingen ten laste van de gemeente dan die bij of krachtens
de wet zijn toegestaan (artikelen 44 en 66 Gemeentewet)
Procedure van declaratie (modelverordeningen rechtspositie VNG en IPO)
Er zijn voor wethouders voorschriften opgenomen in de gemeentelijke verordening over de wijze van
declaratie (inclusief het overleggen van bewijsstukken) van vooruit betaalde (zakelijke) kosten en
over rechtstreekse facturering van (zakelijke) kosten bij de gemeente. Ook zijn in de gemeentelijke
verordening voor /wethouders voorschriften opgenomen over het (zakelijk) gebruik van een
•Buitenlandse dienstreis voor wethouders (modelverordeningen VNG en IPO)
1. Als de wethouder in het gemeentelijk belang een reis buiten Nederland maakt, worden de in
redelijkheid gemaakte noodzakelijke reis- en verblijfkosten vergoed.
2. Voor een reis in het gemeentelijk belang buiten Nederland, niet zijnde een reis naar een
Europese instelling, is vooraf toestemming van burgemeester en wethouders vereist.
3. De gemeenteraad kan aan deze toestemming voorwaarden verbinden.
Artikelsgewijze toelichting hoofdstuk 5
Aan bestuurders worden de voorzieningen, vergoedingen en andere verstrekkingen in bruikleen
geboden die een goed functioneren van de bestuurders mogelijk maken.
Wat betreft de uitwerking van de principes van dit stelsel zou kunnen worden aangesloten bij de
werkwijze in het Voorzieningenbesluit dat geldt voor ministers en staatssecretarissen:
a. in beginsel worden voorzieningen en verstrekkingen in bruikleen ter beschikking gesteld;
b. indien een voorziening of verstrekking niet in bruikleen ter beschikking kan worden gesteld,
wordt de factuur direct ten laste van de begroting van het bestuursorgaan betaald;
c. het vergoeden van voorzieningen en verstrekkingen achteraf door het indienen van declaraties,
wordt tot een minimum beperkt;
d. voorzieningen, verstrekkingen en declaraties worden maandelijks openbaar gemaakt op
Uitgangspunt is hier dat zo weinig mogelijk uitgaven door de bestuurder zelf worden gedaan via
zijn of haar privérekening. Geldstromen tussen de rekening van het bestuursorgaan en de
persoonlijke rekening van de bestuurder maken een zwaardere controle op de uitgaven
De bestuurder zal zich nauwgezet moeten houden aan de regels en procedures die er met het oog
Uitgangspunten zijn hier eigen verantwoordelijkheid, transparantie en bereidheid om
verantwoording af te leggen. De beoordeling van de noodzaak van de buitenlandse dienstreis ligt
bij het college van burgemeester en wethouders.
gelden de bepalingen van 5.2 en 5.3 niet voor de meer reguliere (buitenlandse)
dienstreizen naar een Europese instelling of een dienstreis naar /buurgemeente. Voor dergelijke
(buitenlandse) reizen vormen deze bepalingen wel een belangrijke richtsnoer.
Buitenlandse reizen die worden gemaakt ten behoeve van de politieke partij zijn geen ‘dienstreizen’
en vallen dus niet onder 5.2 en 5.3 en komen niet ten laste van de gemeente.
Zie paragraaf 5.3. lid 1. voor een uitgebreide toelichting over de regels met betrekking tot
Hierbij kan worden aangesloten hetgeen voor rijksambtenaren in de CAO-Rijk is afgesproken over
verlengen van een buitenlandse dienstreis wegens privéomstandigheden. De verlenging bedraagt
maximaal 72 uur, de meerkosten voor reis en verblijf zelf worden betaald en eventuele besparingen
voor de gemeente zijn. Het verlengen van uw dienstreis voor privédoeleinden aan het begin van uw
dienstreis is niet toegestaan als u eerder dan noodzakelijk vertrekt om te herstellen van de reis of
om te acclimatiseren aan de lokale omstandigheden.
Stelregel is dat privé gebruik van gemeentelijke voorzieningen niet is toegestaan. Wel hebben
organisaties mogelijk een specifieke regeling die privégebruik van bedrijfsmiddelen reguleert.
Artikelsgewijze toelichting hoofdstuk 6
De gemeenteraad is het hoogste bestuursorgaan en als zodanig verantwoordelijk voor de inhoud
van de gedragscode en voor een eenduidige interpretatie daarvan. En voor wijziging/aanvulling
daarvan bij leemtes of onduidelijkheden.
De Gemeentewet verplicht de gemeenteraad om voor zichzelf en voor de bestuurders een
Aanvullend op de wettelijke regels die gelden voor politieke ambtsdragers, bevat de gedragscode
een aantal materiële normen waaraan de politieke ambtsdragers zich committeren.
De burgemeester heeft de wettelijke taak om de bestuurlijke integriteit van zijn of haar gemeente
te bevorderen (Art. 170 lid 2 Gemeentewet,). Hiermee is de verantwoordelijkheid voor de
portefeuille ‘integriteit’ duidelijk belegd. De wettelijke bepalingen bieden de ruimte om naar gelang
de situatie handelend op te treden, waarbij niet alleen gedacht moet worden aan het optreden bij
Belangrijk onderdeel is ook de preventie: ervoor te zorgen dat integriteit en integriteitsbewustzijn
in de bestuurlijke gremia besproken blijven en daarbij afspraken te maken over een regelmatige
bespreking, bijvoorbeeld een of twee keer per jaar, van het thema integriteit, zowel met de
volksvertegenwoordiging als binnen het bestuur.
De burgemeester hoeft hier niet alleen voor te staan. Een daartoe aangewezen contactpersoon of
vertrouwenspersoon, bijvoorbeeld de griffier in relatie tot de gemeenteraad of de gemeentesecretaris in relatie tot het college van burgemeester en wethouders, kan hier eveneens een
belangrijke rol in spelen. Goed denkbaar is ook dat de gemeenteraad met de burgemeester nadere
afspraken maakt over de werkwijze die wordt gevolgd ingeval zich een incident of een vermoeden
van een integriteitsschending voordoet. Dat geeft houvast en rust op het moment dat er gehandeld
dient te worden. De gemeenteraad kan zelf onderling ook afspraken maken over hoe je elkaar
Al deze processuele en procedurele afspraken zijn terug te vinden in de bijlage die onderdeel
uitmaakt van de gedragscode. De onderwerpen, genoemd in 6.2, zijn niet uitputtend.