Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
- 1.
College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Stadskanaal.
- 2.
Huishouden: een alleenstaande, alleenstaande ouder of gezin/gehuwden die op één adres in de gemeente Stadskanaal wonen en gezamenlijk voorzien in de noodzakelijke kosten van bestaan.
- 3.
Bestaansminimum / sociaal minimum: de voor het huishouden geldende bijstandsnorm als bedoeld in de Participatiewet (inclusief vakantietoeslag).
- 4.
Inkomen: het (netto) inkomen van het huishouden, waaronder begrepen loon, uitkeringen en andere middelen, conform de begripsbepalingen uit de Participatiewet.
- 5.
Vermogen: de middelen als bedoeld in artikel 34 van de Participatiewet, waarbij aansluiting wordt gezocht bij de geldende vermogensgrenzen.
- 6.
Beschikbaar vermogen: het vermogen voor zover dit de toepasselijke vermogensgrens overschrijdt.
- 7.
Energielasten: gas en elektriciteit en/of stadswarmte (inclusief leveringskosten en vaste kosten). Indien energielasten onderdeel uitmaken van huur/servicekosten (bijvoorbeeld bij een (blok)aansluiting), worden deze als energielasten aangemerkt voor zover het energie-deel aantoonbaar is.
Betalingsachterstand op energielasten: openstaande, opeisbare termijnen voor energielasten over een periode van maximaal 12 maanden voorafgaand aan de aanvraag.
- 8.
Acute financiële noodsituatie: een situatie waarin het huishouden door betalingsachterstanden op energielasten binnen korte termijn wordt geconfronteerd met ernstige gevolgen, zoals (dreigende) afsluiting van energie of aantoonbare directe incasso-/invorderingsmaatregelen.
- 9.
Oplosbare schulden/betalingsachterstanden: betalingsachterstanden op energielasten die, met inzet van een eenmalige bijdrage uit het Noodfonds (al dan niet in combinatie met een haalbare betalingsregeling), aantoonbaar kunnen worden gestabiliseerd of opgelost.
- 10.
Noodfonds: het Noodfonds Armoede gemeente Stadskanaal 2026.
Artikel 2. Doel en karakter van het Noodfonds
- 1.
Het Noodfonds is een vangnetregeling voor huishoudens met een laag inkomen die door betalingsachterstanden op energielasten in een acute financiële noodsituatie verkeren.
- 2.
Het doel is het voorkomen van escalatie (zoals afsluiting van energie en verdere invorderingsmaatregelen) door het verstrekken van een eenmalige tegemoetkoming.
- 3.
Het Noodfonds is niet bedoeld voor structurele inkomensaanvulling of het oplossen van langdurige/problematische schulden zonder perspectief op stabilisatie.
Artikel 3. Doelgroep
- 1.
Voor een eenmalige bijdrage uit het Noodfonds kunnen huishoudens in aanmerking komen die:
- a.
in de gemeente Stadskanaal wonen; en
- b.
een inkomen hebben tot en met 130% van het bestaansminimum en niet over een vermogen boven de vermogensgrens beschikken zoals bedoeld in artikel 1; en
- c.
door (oplopende) betalingsachterstanden op energielasten in een acute financiële noodsituatie verkeren.
- 2.
Onder energielasten wordt verstaan: energielasten als bedoeld in artikel 1.
Artikel 4. Bevoegdheid
- 1.
Het college kan op aanvraag een eenmalige bijdrage uit het Noodfonds verstrekken indien is vastgesteld dat aan de voorwaarden uit deze beleidsregels is voldaan.
- 2.
Het college bepaalt de hoogte van de bijdrage in het individuele geval, binnen de kaders van artikel 6.
Artikel 5. Voorwaarden
Een bijdrage uit het Noodfonds kan uitsluitend worden verstrekt indien:
- 1.
het huishouden behoort tot de doelgroep zoals bedoeld in artikel 3;
- 2.
sprake is van een aantoonbare betalingsachterstand op energielasten (als bedoeld in artikel 1) en sprake is van (dreigende) afsluiting of aantoonbare directe incasso-/invorderingsmaatregelen van de energieleverancier (of, bij een (blok)aansluiting, de partij die de energiekosten doorbelast);
- 3.
de betalingsachterstand oplosbaar is met een eenmalige bijdrage uit het Noodfonds, al dan niet in combinatie met een haalbare betalingsregeling;
- 4.
het huishouden het probleem niet (voldoende) kan oplossen uit eigen middelen, waaronder het beschikbare vermogen (als bedoeld in artikel 1);
- 5.
het ontstaan of voortbestaan van de noodsituatie niet overwegend verwijtbaar is;
- 6.
het huishouden meewerkt aan maatregelen die nodig zijn om herhaling te voorkomen, zoals het treffen van een betalingsregeling, deelname aan (lichte) budgetbegeleiding en/of inzet van preventieve ondersteuning (bijvoorbeeld energiecoach), voor zover dit redelijkerwijs nodig en beschikbaar is.
Artikel 6. Hoogte, vorm en betaling van de tegemoetkoming
- 1.
De bijdrage bedraagt maximaal € 1.200,- per huishouden.
- 2.
Het college kan een lager bedrag verstrekken indien dat voldoende is om de noodsituatie af te wenden.
- 3.
De bijdrage wordt in beginsel rechtstreeks aan de energieleverancier betaald. Bij een (blok)aansluiting kan betaling plaatsvinden aan de partij die de energiekosten doorbelast. Betaling aan het huishouden kan alleen als dat noodzakelijk en doelmatig is.
- 4.
De bijdrage wordt verstrekt als een eenmalige financiële tegemoetkoming uit het Noodfonds.
- 5.
Indien achteraf blijkt dat de aanvrager onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt die van invloed zijn op het recht op de bijdrage, kan het college de bijdrage herzien.
Artikel 7. Aanvullende ondersteuning en doorverwijzing
- 1.
Indien sprake is van (dreigende) problematische schulden, verwijst het college de aanvrager (waar passend) door naar schuldhulpverlening, bewindvoering of andere ondersteuning.
- 2.
Het college kan de bijdrage verbinden aan afspraken die gericht zijn op stabilisatie, zoals een budgetplan, het treffen van betalingsregelingen of inzet van preventieve ondersteuning (bijvoorbeeld energiecoach), voor zover beschikbaar.
Artikel 8. Procedure
- 1.
Aanvragen worden ingediend met het door het college beschikbaar gestelde aanvraagformulier 'Noodfonds Armoede 2026'.
- 2.
Alleen volledig ingevulde en ondertekende aanvragen worden in behandeling genomen.
- 3.
De aanvrager levert de gevraagde bewijsstukken aan (zoals inkomensgegevens, bankafschriften, bewijs van energieachterstand en/of dreigende maatregelen).
- 4.
Aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst.
- 5.
Het college beslist binnen de wettelijke termijn.
Artikel 9. Vangnet en voorliggende voorzieningen
- 1.
Het Noodfonds is een laatste vangnet. Als er een voorliggende voorziening beschikbaar is die de noodsituatie kan afwenden (bijvoorbeeld bijzondere bijstand of andere landelijke/gemeentelijke regelingen), moet de aanvrager daar eerst een beroep op doen, tenzij dat aantoonbaar niet tijdig of niet passend is.
- 2.
Het college beoordeelt dit in de individuele situatie.
Artikel 10. Budgetplafond en looptijd
- 1.
Voor het Noodfonds geldt een budgetplafond €200.000,00 zoals vastgesteld door de gemeenteraad.
- 2.
Zodra het budgetplafond is bereikt, worden geen bijdragen meer toegekend. Het college maakt dit bekend.
- 3.
Deze beleidsregels gelden tot en met 31 december 2026, of zoveel eerder als het budgetplafond is bereikt.
Artikel 11. Hardheidsclausule
In bijzondere gevallen kan het college afwijken van deze beleidsregels als strikte toepassing leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.
Artikel 12. Inwerkingtreding en citeertitel
- 1.
Deze beleidsregels treden met terugwerkende kracht in werking vanaf 1 januari 2026.
- 2.
Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels Noodfonds Armoede gemeente Stadskanaal 2026.