Artikel I Wijziging en toevoegen artikelen
A.
in artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden, tweede lid, sub c de “.” te vervangen door “;” waardoor dit lid als volgt komt te luiden:
“Degene die op een openbare plaats:
- a.
aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan;
- b.
aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; of
- c.
zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing;
is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen."
B.
Na artikel 2:2 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp (Messen en andere voorwerpen als steekwapen) een nieuw artikel “Artikel 2:2A Glasverbod kermis”, met bijbehorende tekst, toe te voegen. Deze komt als volgt te luiden:
“Artikel 2:2A Glasverbod kermis
- 1.
Het is verboden zich te bevinden binnen het kermisterrein met glazen, glazen flessen, glazen drinkgerei of andere glazen voorwerpen, tijdens de periode waarin de kermis wordt gehouden.
- 2.
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor situaties waarin het gebruik of vervoer van glas redelijkerwijs noodzakelijk is en geen gevaar oplevert voor de openbare orde of veiligheid.
- 3.
Als kermisterrein in de zin van dit artikel wordt aangemerkt alle locaties waarvoor door de burgemeester een vergunning voor het houden van een kermis is verleend. De begrenzing van het terrein volgt uit de bij de vergunning behorende situatietekening of plattegrond.
- 4.
De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod in gevallen waarin dit passend wordt geacht, bijvoorbeeld voor ondernemers of bewoners binnen het kermisterrein.
- 5.
De verbodsperiode vangt aan op de dag waarop de kermis start en eindigt op de dag waarop de kermis is afgelopen, zoals vermeld in de verleende vergunning.”
C.
In artikel 2:13 Evenementenvergunning wordt na het vijfde lid een zesde lid toegevoegd:
“De burgemeester kan ter uitvoering van dit artikel nadere regels stellen over de indiening, beoordeling en uitvoering van evenementen.”
Het artikel komt hierdoor als volgt te luiden:
- 1.
Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren, toe te laten of feitelijk te leiden.
- 2.
Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2.1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen.
- 3.
Het verbod is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin wordt voorzien door artikel 10 juncto artikel 148 van de Wegenverkeerswet 1994.
- 4.
De burgemeester kan gebieden en periodes aanwijzen waarin beperkingen worden gesteld aan het aantal te houden evenementen.
- 5.
Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
- 6.
De burgemeester kan ter uitvoering van dit artikel nadere regels stellen over de indiening, beoordeling en uitvoering van evenementen.
D.
In artikel 2:15 Weigeringsgronden vergunning, eerste lid, sub b de “.” te vervangen door “;” waardoor dit lid als volgt komt te luiden:
“Onverminderd de weigeringsgronden genoemd in artikel 1:7, kan een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2:13, eerste lid, geweigerd worden indien:
- a.
de aard en het karakter van de locatie zich verzetten tegen het houden van het evenement;
- b.
een evenement waarvan de aanvangsdatum op het moment van indiening van de aanvraag meer dan 10 maanden in de toekomst is gelegen;
- c.
als een aanvraag om een vergunning niet binnen de in artikel 2:14 gestelde termijn is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.”
E.
In artikel 2:16 Uitzondering vergunningplicht voor kleine evenementen wordt na het vierde lid een vijfde lid toegevoegd:
- a.
"De burgemeester kan, in bijzondere gevallen en na belangenafweging, beslissen dat een evenement dat volgens lid 1 als klein evenement geldt, of dat net buiten de grenzen van lid 1 valt, toch kan plaatsvinden op basis van kleine evenementen.
- b.
Bij de afweging wordt ten minste rekening gehouden met:
- •
de aard en duur van het evenement;
- •
- •
de locatie en impact op de openbare orde, veiligheid en hulpdiensten;
- •
de cumulatie van evenementen op dezelfde locatie of periode;
- •
de belangen genoemd in artikel 1:7.
- c.
Kan ter uitvoering van dit artikel nadere regels stellen over de indiening, beoordeling en uitvoering van evenementen.
- d.
Een beslissing op grond van dit lid wordt gemotiveerd bekendgemaakt aan de organisator."
Het artikel komt hierdoor als volgt te luiden:
- 1.
Het verbod genoemd in artikel 2:13, eerste lid, geldt niet voor kleine eendaagse evenementen, mits:
- a.
het een evenement in de open lucht betreft;
- b.
het aantal aanwezigen op enig moment niet meer bedraagt dan 150 personen;
- c.
het evenement niet bedrijfsmatig wordt georganiseerd;
- d.
het evenement wordt gehouden tussen 08.00 en 24.00 uur, of als de activiteiten op een zondag plaatsvinden tussen 13.00 en 24.00 uur;
- e.
niet langer dan 23.00 uur (live)muziek ten gehore wordt gebracht;
- f.
de activiteiten niet plaatsvinden op de rijbaan, (brom)fietspad of parkeerplaats, of anderszins een belemmering vormen voor het verkeer en de hulpdiensten;
- g.
sprake is van een aanwijsbare organisator, die de leeftijd van ten minste achttien jaren heeft bereikt;
- h.
slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 25 vierkante meter per object, voor zover het plaatsen van deze objecten zich niet verzet tegen de in artikel 1:7 genoemde belangen;
- i.
het evenement plaatsvindt op één locatie (geen route) en niet op het water;
- j.
wordt voldaan aan nadere regels als bedoeld in lid 4.
- 2.
De organisator van het evenement als bedoeld in het eerste lid brengt de burgemeester ten minste tien werkdagen voorafgaand aan het evenement op de hoogte door middel van een melding.
- 3.
De burgemeester kan binnen vijf dagen na ontvangst van de melding besluiten een klein evenement te verbieden, als er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid, het milieu in gevaar komt of in geval van het uitvoeren van werkzaamheden in de openbare ruimte.
- 4.
De burgemeester kan ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde evenementen nadere regels stellen ter bescherming van de in artikel 1:7 genoemde belangen.
- 5.
- a.
De burgemeester kan, in bijzondere gevallen en na belangenafweging, beslissen dat een evenement dat volgens lid 1 als klein evenement geldt, of dat net buiten de grenzen van lid 1 valt, toch kan plaatsvinden op basis van kleine evenementen.
- b.
Bij de afweging wordt ten minste rekening gehouden met:
- •
de aard en duur van het evenement;
- •
- •
de locatie en impact op de openbare orde, veiligheid en hulpdiensten;
- •
de cumulatie van evenementen op dezelfde locatie of periode;
- •
de belangen genoemd in artikel 1:7.
- c.
De burgemeester kan nadere regels stellen over de toepassing van deze afwijkingsbevoegdheid, waaronder voorwaarden voor veiligheid, geluid, verkeer, opstellingen en communicatie met hulpdiensten.
- d.
Een beslissing op grond van dit lid wordt gemotiveerd bekendgemaakt aan de organisator."
G.
In artikel 2:19 Exploitatie openbare inrichting wordt de tekst van het vijfde tot en met negende lid vervangen door de navolgende tekst:
- 5.
De burgemeester kan de exploitatievergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, tijdelijk of voor onbepaalde tijd geheel of gedeeltelijk intrekken of wijzigen, indien:
- a.
de vestiging of de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan;
- b.
de ondernemer en/of de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is;
- c.
de ondernemer en/of de leidinggevende onder curatele staat;
- d.
de ondernemer en/of de leidinggevende onder curatele staat;de ondernemer en/of de leidinggevende van een openbare inrichting, niet zijnde een coffeeshop of een horeca inrichting waarin alcohol wordt geschonken, niet de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt;
- e.
de ondernemer en/of de leidinggevende van een coffeeshop, niet de leeftijd van eenentwintig jaar heeft bereikt;
- f.
naar zijn oordeel de openbare orde gevaar loopt of het woon- of leefklimaat in de omgeving van de openbare inrichting door de aanwezigheid van de openbare inrichting nadelig wordt beïnvloed;
- g.
de ingediende bescheiden niet of niet langer overeenstemmen met de feiten, welke relevant zijn voor de door de burgemeester te nemen beslissing;
- h.
voor de openbare inrichting een vergunning krachtens artikel 3 van de Alcoholwet is vereist en die vergunning is geweigerd, ingetrokken, of de aanvraag om die vergunning buiten behandeling is gelaten.
- i.
de ondernemer of de leidinggevende het bij of krachtens de bepalingen in deze paragraaf geregelde overtreedt;
- j.
de ondernemer of de leidinggevende betrokken is, of hem ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten in of vanuit de openbare inrichting, dan wel toestaat of gedoogt dat in zijn openbare inrichting activiteiten plaatsvinden, waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed;
- k.
zich in of vanuit de openbare inrichting anderszins feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het geopend blijven van de openbare inrichting gevaar kan veroorzaken voor de openbare orde of een bedreiging vormt voor het woon- of leefklimaat in de omgeving van de openbare inrichting;
- l.
er aanwijzingen zijn dat in de openbare inrichting personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet 2000 bepaalde;
- m.
de uitkomst van de loting als gevolg van de toegepaste verdelingsprocedure zoals omschreven in bijlage 2 van het Coffeeshopbeleid gemeente Stadskanaal 2025 en eventuele rechtsopvolgers, daartoe dwingt.
- 6.
Bij de toepassing van de in het lid 5 onder f genoemde weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met:
- a.
het karakter van de straat en de wijk waarin de openbare inrichting is gelegen of zal zijn gelegen;
- b.
de aard van de openbare inrichting;
- c.
de spanning waaraan het woon- en leefklimaat ter plaatse reeds bloot staat;
- d.
de wijze van bedrijfsvoering door de exploitant of de leidinggevende en
- e.
het levensgedrag van de exploitant of leidinggevende.
- 7.
Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van de vergunningaanvraag.
- 8.
Op de aanvraag om een vergunning of een vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
- 9.
Op het exploiteren van een bestaande openbare inrichting, niet zijnde een coffeeshop (peildatum 01-02-2025) is het gestelde in lid 1 niet van toepassing:
- a.
- b.
na afloop van de onder a gestelde termijn, indien de exploitant binnen deze termijn een aanvraag om vergunning als bedoeld in lid 1 heeft ingediend, totdat op die aanvraag door de burgemeester een besluit is genomen.
H.
In artikel 2:20 Beëindiging exploitatie inrichting wordt na het derde lid een lid “4” met de volgende tekst toegevoegd:
- 4.
Het gestelde in lid 2 en 3 geldt niet voor een coffeeshop. Bij beëindiging van een coffeeshop vervalt de exploitatievergunning (en daaraan gekoppelde gedoogverklaring). De alsdan vrijgekomen exploitatievergunning (met gekoppelde gedoogverklaring) zal overeenkomstig de verdelingsprocedure zoals opgenomen in bijlage 2 van het Coffeeshopbeleid gemeente Stadskanaal 2025 en eventuele rechtsopvolgers, worden verdeeld.
I.
In artikel 2:21 Exploitatie terras:
- a.
wordt het vierde lid wordt gewijzigd en luidt voortaan:
“De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod in het derde lid.”
- b.
in het vijfde lid worden de woorden “zonder vergunning” verwijderd.
- c.
in het zesde lid wordt na “terrassen” toegevoegd: “of de exploitatievergunning daarvoor weigeren of intrekken” en worden de woorden “of in bijzondere omstandigheden de toestemming uit het vijfde lid beperken” verwijderd.
- d.
in het zevende lid worden de woorden “ten behoeve van evenementen” en “altijd” verwijderd.
- e.
na het negende lid wordt een tiende lid toegevoegd, luidende:
“Het college kan nadere regels stellen over het uitzetten en exploiteren van terrassen, waaronder regels over veiligheid, inrichting, gebruik, geluid, verkeer en andere aspecten van de openbare ruimte.”
Het artikel komt hierdoor als volgt te luiden:
- 1.
Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester een terras te exploiteren.
- 2.
In afwijking van artikel 2:7 beslist de burgemeester tevens over het in gebruik geven van gemeentelijke eigendommen en over het in gebruik nemen van de weg.
- 3.
Het is verboden op en nabij het terras een tapinstallatie voor zwak-alcoholische dranken te plaatsen.
- 4.
De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod in het derde lid.
- 5.
De burgemeester kan onder voorwaarden bepalen dat terrassen kunnen worden uitgezet.
- 6.
De burgemeester kan naast de in artikel 1:7 genoemde gronden de terrassen of de exploitatievergunning daarvoor weigeren of intrekken:
- a.
indien de vestiging of de exploitatie van het horecabedrijf in strijd is met het geldende bestemmingsplan;
- b.
ter bescherming van het woon- en leefklimaat en openbare orde in de nabije omgeving van het terras;
- c.
indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg dan wel gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan;
- d.
indien dat gebruik een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg;
- e.
het beoogde gebruik afbreuk doet aan andere publieke functies van de weg, inclusief de bescherming van het uiterlijk aanzien daarvan en van de omgeving;
- f.
er meerdere belanghebbenden conflicterende aanspraak maken op de openbare ruimte ten behoeve van een redelijke verdeling.
- 7.
De burgemeester kan bevelen een terras te verplaatsen of tijdelijk te ontruimen.
- 8.
Het bepaalde in dit artikel geldt niet, voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement.
- 9.
Op de aanvraag om een vergunning en een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
- 10.
Het college kan nadere regels stellen over het uitzetten en exploiteren van terrassen, waaronder regels over veiligheid, inrichting, gebruik, geluid, verkeer en andere aspecten van de openbare ruimte.
J.
In artikel 2:30 Verstrekking alcoholvrije drank
- tweede lid, sub a, na “openbare inrichting” toe te voegen “of een exploitatievergunning”
- tweede lid, sub d, na “zodanig” een “.” toe te voegen,
Het tweede lid komt hierdoor als volgt te luiden:
“Dit verbod geldt niet:
- a.
indien wordt gehandeld krachtens een vergunning ingevolge de Alcoholwet tot het uitoefenen van een openbare inrichting of een exploitatievergunning;
- b.
indien deze verstrekking geschiedt als dienstverlening van bijkomstige aard aan personen die in die besloten ruimte vertoeven anders dan voor het gebruik van consumpties;
- c.
voor legerplaatsen en aan het militair gezag onderworpen lokaliteiten;
- d.
voor middelen van vervoer tijdens huns gebruik als zodanig.”
K.
In artikel 2:72 Bestuurlijke ophouding te verwijderen “2:7,”.
Het artikel komt hierdoor als volgt te luiden:
“De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen groepen van personen op een door hem aangewezen plaats als deze personen het bepaalde in de artikelen 2:1, 2:3, 2:17, 2:50, 2:52, 2:53 van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Stadskanaal 2024 groepsgewijs niet naleven.”
L.
In artikel 2:75 Gebiedsontzeggingen, eerste lid, de tekst “bevel geven ten hoogste vier weken niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden” te vervangen door “tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste 48 uur niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn”, waardoor het lid als volgt komt te luiden:
“De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste 48 uur niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn.”
M.
Artikel 5:12 [GERESERVEERD], met bijbehorende tekst “[Gereserveerd]”, te vervangen door het volgende artikel met tekst:
“Artikel 5:12 Hinderlijk geplaatste of verlaten (brom)fietsen
- 1.
Het is verboden een (brom)fiets zodanig te plaatsen dat deze hinder of overlast veroorzaakt, hetzij voor voetgangers, andere weggebruikers, hulpdiensten of gebruikers van een fietsenstalling.
- 2.
Een toezichthouder of ambtenaar belast met de handhaving van deze verordening is bevoegd een (brom)fiets die in strijd met het eerste lid is geplaatst, te (laten) verwijderen of verplaatsen.
- 3.
Een (brom)fiets die gedurende een aaneengesloten periode van tenminste zeven dagen niet is verplaatst, en die kennelijk in onbruik is geraakt of is achtergelaten, kan door of namens het college worden verwijderd.
- 4.
Voordat een (brom)fiets op grond van het derde lid wordt verwijderd, wordt deze voorzien van een waarschuwing of markering waarop de datum van constatering en de verwijderingsdatum zijn vermeld. Indien de fiets na de genoemde termijn niet is verwijderd door de eigenaar, kan het college tot verwijdering overgaan.
- 5.
Verwijderde (brom)fietsen worden bewaard op een door het college aangewezen plaats. De eigenaar kan de fiets binnen een door het college vastgestelde termijn terugkrijgen na betaling van de gemaakte kosten.
- 6.
Indien de verwijderde (brom)fiets niet binnen de gestelde termijn wordt opgehaald, kan het college de (brom)fiets vervreemden of laten vernietigen, overeenkomstig de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht en het Burgerlijk Wetboek.”
N.
In artikel 5:17 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden wordt na het vierde lid een vijfde lid toegevoegd:
“Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van de vergunningaanvraag en procedure.”
Het artikel komt hierdoor als volgt te luiden:
- 1.
Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben.
- 2.
Het college weigert de vergunning indien er strijd is met het omgevingsplan.
- 3.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:7 kan de vergunning worden geweigerd als:
- a.
de standplaats hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;
- b.
indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning voor een standplaats een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt;
- c.
een kwantitatieve of territoriale beperking als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente noodzakelijk is in verband met een dwingende reden van algemeen belang;
- d.
aantoonbare toekomstige ruimtelijke en/of planologische ontwikkelingen.
- 4.
Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
- 5.
Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van de vergunningaanvraag en procedure.
O.
“In artikel 6:1, Sanctiebepaling, derde lid, de volgende tekst verwijderen:
- “artikel 2:9, eerste lid”
- “artikel 4:12, eerste lid”.
Het derde lid komt hierdoor als volgt te luiden:
“In afwijking van het eerste en tweede lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing bij overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:7 en 2:8 als sprake is van een omgevingsvergunningplichtige activiteit.”
Artikel II Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking de dag na bekendmaking.