Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2019

Publicatiedatum:
donderdag 20 december 2018
Originele publicatie downloaden:
Download het PDF bestand
Type bekendmaking:
Verordeningen





Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2019

 

De raad van de gemeente Stadskanaal;

 

Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 30 november 2018, nr. Z-18-044425/D/18/126357;

 

gelet op artikel 15.33 van de Wet milieubeheer en artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b van de Gemeentewet;

 

b e s l u i t :

 

vast te stellen de

Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2019.

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder "gebruik maken": gebruik maken in de zin van artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.

 

Artikel 2 Aard van de belasting en belastbaar feit

  • 1.

    Onder de naam "afvalstoffenheffing" wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.

  • 2.

    De afvalstoffenheffing, als bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

 

Artikel 3 Belastingplicht

De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

 

Artikel 4 Maatstaf van heffing en belastingtarief

De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

 

Artikel 5 Heffingstijdvak

Het heffingstijdvak van de belasting, bedoeld in de onderdelen 1.1.1, 1.1.2 en 1.2.1 van de tarieventabel, is gelijk aan een kalenderhalfjaar.

 

Artikel 6 Wijze van heffing

  • 1.

    De belasting, bedoeld in hoofdstuk 1.1 en in onderdeel 1.2.1 van de tarieventabel, wordt geheven bij wege van aanslag.

  • 2.

    De belasting, bedoeld in hoofdstuk 1.2, de onderdelen 1.2.2, 1.2.3 en 1.2.4 van de tarieventabel, wordt geheven door middel van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

 

Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

  • 1.

    De belasting, bedoeld in de onderdelen 1.1.1 en 1.1.2 van de tarieventabel, is verschuldigd bij het begin van het heffingstijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2.

    De belasting, bedoeld in het onderdeel 1.2.1 van de tarieventabel, is verschuldigd na afloop van het heffingstijdvak.

  • 3.

    Indien de belastingplicht in de loop van het heffingstijdvak aanvangt, is de belasting, bedoeld in de onderdelen 1.1.1 en 1.1.2 van de tarieventabel, verschuldigd voor zoveel volle kalendermaanden als er in dat heffingstijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 4.

    Indien de belastingplicht in de loop van het heffingstijdvak eindigt, bestaat ten aanzien van de belasting, bedoeld in de onderdelen 1.1.1 en 1.1.2 van de tarieventabel, aanspraak op ontheffing voor zoveel volle kalendermaanden van de voor een volledig heffingstijdvak verschuldigde belasting als er in dat heffingstijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 5.

    Het derde en het vierde lid zijn niet van toepassing, indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in feitelijk gebruik neemt.

 

Artikel 8 Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen die, met inachtneming van hoofdstuk 1.1, onderdelen 1.1.1, 1.1.2 en hoofdstuk 1.2, onderdeel 1.2.1 van de tarieventabel worden opgelegd, worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de maand, volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid geldt, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, ten hoogste € 1.000,00 is, en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in drie gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

  • 3.

    In afwijking van het voorgaande moet het gevorderde bedrag, als bedoeld in hoofdstuk 1.2 de onderdelen 1.2.2, 1.2.3 en 1.2.4 van de tarieventabel, tegen contante betaling worden voldaan op het moment van de mondelinge kennisgeving of op het moment van de uitreiking van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving.

 

Artikel 9 Kwijtschelding

Bij de invordering van afvalstoffenheffing wordt geen kwijtschelding verleend van de belasting die verschuldigd is voor het aantal aanbiedingen in een kalenderjaar:

  • a.

    van een minicontainer, bestemd voor groente-, fruit- en tuinafval, boven het aantal van 5;

  • b.

    van een minicontainer, bestemd voor de overige huishoudelijke afvalstoffen, boven het aantal van 11;

  • c.

    door inworp in een ondergrondse container (trommel 70 liter), boven het aantal van 21.

Voor de belasting, als bedoeld in hoofdstuk 1.2 de onderdelen 1.2.2, 1.2.3 en 1.2.4 van de tarieventabel, wordt geen kwijtschelding verleend.

 

Artikel 10 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de afvalstoffenheffing.

 

Artikel 11 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    De "Verordening afvalstoffenheffing Stadskanaal 2017" van 19 december 2016, wordt ingetrokken met ingang van de in het tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2019.

  • 3.

    Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2019.

  • 4.

    Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening afvalstoffenheffing Stadskanaal 2019".

 

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 17 december 2018.

De raad

De heer K Willems mevrouw F.T. de Jonge

raadsgriffier voorzitter

Tarieventabel, behorende bij de "Verordening afvalstoffenheffing Stadskanaal 2019", vastgesteld bij raadsbesluit van 17 december 2018, nr. Z-18-044425/D/18/126357

 

 

 

Tarief in euro

HOOFDSTUK 1.1 MAATSTAVEN EN HALFJAARLIJKSE TARIEVEN AFVALSTOFFENHEFFING

 

 

 

 

 

1.1.1 De belasting bedraagt per perceel, waar huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld door middel van minicontainers of ondergrondse containers, per belastinghalfjaar

 

 

65,00

 

 

 

HOOFDSTUK 1.2 MAATSTAVEN EN OVERIGE TARIEVEN AFVALSTOFFENHEFFING

 

 

 

 

 

1.2.1 Onverminderd het bepaalde in 1.1.1 bedraagt de belasting per aanbieding van een minicontainer:

 

 

van 240 liter, bestemd voor groente-, fruit- en tuinafval

 

2,40

van 140 liter, bestemd voor groente-, fruit- en tuinafval

 

1,85

van 240 liter, bestemd voor de overige huishoudelijke afvalstoffen

 

4,75

van 140 liter, bestemd voor de overige huishoudelijke afvalstoffen

 

3,15

per inworp in een ondergrondse container:

 

 

met een trommel van 70 liter

 

1,25

1.2.2 Voor het op aanvraag inzamelen van grove huishoudelijke afvalstoffen per eenheid van 2 m3 of gedeelte daarvan

 

 

20,00

1.2.3 Voor het achterlaten van grove huishoudelijke afvalstoffen op een daartoe van gemeentewege ter beschikking gestelde plaats (Gemeentelijke Afvalverwerking) voor een hoeveelheid met een omvang tot 2 m3 per keer

 

 

6,00